Copyright
G.W. Eybers.

Select constitutional documents illustrating South African history, 1795-1910 online

. (page 41 of 70)
Online LibraryG.W. EybersSelect constitutional documents illustrating South African history, 1795-1910 → online text (page 41 of 70)
Font size
QR-code for this ebook


more of the Landdrosts shall be prevented from sitting, the
Court shall, at the request of the parties, be able to refer
the case to another place, or shall appoint one or more Heem-
raden. Justices of the Peace or Attorneys, to take session with
at least one of the Landdrosts, in the place of the absent or
incompetent Landdrost.

10. In criminal cases the Landdrost of the district where
the case comes up, or a Landdrost appointed for the purpose
by the Court, shall preside. . . .

11. Sentence shall be pronounced by the Court by majority
of votes.

12. No judgment by which the sentence of death is pro-
noimced, shall be carried out except on receipt of the fiat of the
State President. ...

13. In transmitting the papers the Landdrosts shall send
a . . . report to the President. . . ,

Digitized by VjOOQ IC



310 ORANGE FREE STATE [1856

14. Een Landdrost kan civiel en crimineel geprosequeerd worden,
en nmg zelve prosequeren voor de Lagere Hoven, mits in het Hof,
waar Hij zelve Voorzitter is, een ander tot dien einde door den President
worde aangesteld.

Mbnqblondbrwbrpbn.
En wordt verder vastgesteld :

1. Dat het Romeinscli Hollandach Regt als de Grondwet van dezen
Staat aangenomen is, zai moeten warden verstaan te bedoelen, in
zooverre ais hetzelve in de Kaapkolonie in werking werd gevonden,
tijdens de aansteUing van Enelsche regters (judges) in de plaats van
den voorheen bestaanden Raad van Justitie, en niet in te slmten eenige
nieuwe wetten en inri^tingen, plaatselijk of algemeen, die in Holland
mogten zijn ingevoerd geworden, en niet gegrond zijn op, of tegen-
striidig met het Oud Romeinsch Hollandsch Regt : zooals in de tekst-
boeken verklaard van Voet, Van Leeuwen, Grotius, de Papegaaij,
Merila, Lijbrecht, Van der Linden, Van der Reese, en authoriteiten
door hen aangehaald.

2. [Tegenstrijdige raadsbesluiten herroepen.]

3. Deze Qrdonnantie zal in werking komen en kracht van wet
hebben, van af den 15 den dag van April eerstkomende.

Gegeven te Bloemfontein, den 12 aen dag van Febmarij 1856.



J. N. BosHOF, StaatsprtsidenL



(Bij order) J. W. Spruijt, Fung. Gouv. Seer.

Verz. van BesL v. d. O.V.S. [1867 ?].

14. Any Landdrost can be prosecuted civilly or criniinally
and may himself prosecute before the Lower Courts, provided
that in the Court where he himself is chairman, another shall
be appointed to that dignity by the President.



Miscellaneous Subjects.
And be it further laid down :

1. That the Roman-Dutch Law is adopted as the chief law
of this State, shall be taken to mean, in so far as the same was
found in operation in the Cape Colony at the time of the appoint-
ment of English judges in the place of the previously existing
Court of Justice, and not to include any new laws or institu-
tions, whether local or general, which may have been intro-
duced in Holland and which are not based on, or are in conflict
with the old Roman-Dutch Law as explained in the text-books
of Voet, Van Leeuwen, Grotius, de Papegaaij, Merila, Lijbrecht,
Van der Linden, Van der Reese, and the authorities quoted
by them.

2. [Conflicting resolutions of the Raad are repealed.]

3. This Ordinance shall come into operation and have
force of law from the 15th day of April next.



Digitized by



Google



x856] MUNICIPALITIES 311

No. leS. ORDONNANTIE.* [15 Feb. 1856.]

No. 8, 1856.

Voor de oprigtmg van Munidpale G>Uegien in de steden en dorpen
van den Oranjevrijstaat, — ^vaat^esteld en bepaald door den HKd.
Volksraad van den O^njevnjstaat, in deszelfs vergaderin^.
gehouden te Bloemfontein, op den isden dag van Februanj
i8q6.

[De Kaapsche Mnnicipale Qrdonnantie werd ceer nanw gevolgd,
maar de kwalificaties van stemgerechtigden en leden werden aangegeven
als volgt :]

12. Niemand zal als Commissaris van de Municipaliteit mogen
gekozen worden, tenzij hij bezitter is van vast eigendom, tot de waarde
van niet minder dan ;£200, binnen gemelde Municipaliteit gelegen, en
zelf binnen de Munidp^teit woont.

• • •

42. leder manspersoon die bewoner is van eenig hois, winkel, of
kantoor, hetzij als dgenaar of huurder, van eene jaarlijksdie waarde
van £s^ of daarboven, zal beschonwd worden een residerende huis*
bonder te djn, naar de meening van deze Ordonnantie, en zal bij dke
bijeenkomst, als hij persoonlijk tegenwoordig is, 66n stem hebben, en
niet meer, en in geval van eenige kwestie over het regt van stemmen bij
eenige pubUeke bijeenkomst, zal de Voorzitter daarin beslissen.

Vers, van BesL v. d. O.V.S. [1867 ?]•

Ho. 168. ORDINANCE.^ [15 Feb. 1856.]

No. 8, 1856.

For erecting Municipal Boards in the cities and towns of the
Orange Free State, — affirmed and laid down by the Volks-
raad of the Orange Free State in its meeting held at
Bloemfontein on the 15th day of February 1856.

[The Cape Municipal Ordinance was very closely followed,
but the qualifications of electors and Commissioners were given
as follows :]

12. No person shall be eligible for election as a Commis-
sioner of any Municipality, unless he be a possessor of fixed
property to the value of not less than £200, within the said

Municipality, and resides within the Municipality.
* * *

42. Every male person who occupies any house, shop or office,
whether as owner or tenant, of a yearly value of £5 ■ or more,
shall be considered to be a resident householder, within the
meaning of this Ordinance, and shall, at each meeting, if he is
present in person, have one vote, and no more, and in case of
any dispute over the right of voting at any public meeting,
the Chauman shall decide.

^This ordinance appears in a modified form in the 1892 compilation of
laws. Its provisions were repealed by Ord. No. 6 of 1904, " The Municipal
Corporations Ordinance." It should be compared with No. 55 and No. 132.

^ Sub6e<|uently changed to ;^40.



Digitized by



Google



312 ORANGE FREE STATE [1857

Ho. 164. ORDONNANTIE. [13 Feb. 1857.]

No. 2, 1857.
Regulerende de kwalificatie en ptigten van Jorymannen.
Nadbmaal het door Artikel No. 50 van de Constitutie,^ en Artikel
No. 2 ' afdeeling -' Bdangende de regterlijke magt " van Ordonnantie
No. I, 1856, is bepaald, dat in de teregtstelling van crimineele zaken
voor het Rondgaande Geregtshof van vereenigde Landdrosten, er eene
Jury of Raad van gezworene mannen wezen zal, en er geene |^enoeg-
zame wetsbepalingen zijn gemaakt omtrent de wijze of manier van
procederen of behandeling van zoodanige crimineele zaken, en voor-
namelijk met betrekking tot de kwalificatie, pligten en re^n van Jury-
mannen, zoo is het, dat de Raad bij dezen vastgesteld heert, als volgt i

1. Dat, uitgezonderd de bepalingen in Artikel 2 en 3, hieronder
volgende, ieder persoon boven den ouderdom van een en twinti^, en
onoer den ouderdom van zestig jaren, en de wetti^e eigenaar zijnde
van vaste eigendommen in het district alwaar hij zich met der woon
bevindt, van de onbelaste waarde van Een Honderd Pond Sterling, of
de huurder zijnde van eenig vast eigendom in het district voormeld
gelegen, van eene jaarlijksche huur of waarde van twintig ponden
sterUng, en zijnde lidmaat van eenige erkende Christelijke Kerk, ge-
kwalificeerd en verpligt zijn zal als een juryman te dienen binnen de
limieten van zoodanig district.

2. Dat de volgende personen verschoond zuUen zijn van de
jurydienst, namentfijk :

No. 164. ORDINANCE. [13 Feb. 1857.]

No. 2, 1857.
Regulating the qualifications and duties of Jurors.

Whereas it has been laid down by Article No. 50 of the
Constitution ^ and Article No. 2 * of the subdivision, entitled
" Regarding the judicial power " of Ordinance No. i, 1856,
that in the trial of criminal cases before the Circuit Court of
united Landdrosts, there shall be a Jury or Council of Jurors ;
and whereas no sufficient legal provisions have been made
regarding the manner or form of procedure, or the treatment
of such criminal cases, and especially with respect to the
qualification, duties and privileges of Jurymen ; therefore
tiie Raad has hereby enacted as follows :

1. That, except as provided below in Articles 2 and 3,
every person above the age of twenty-one and below the age
of sixty years, being the lawful owner of immovable property
in the district where he resides of the unencumbered value of
One Himdred Pounds Sterling, or the hirer of any immovable
property situate in the said district of the yearly rent or value
of Twenty Poimds SterUng, and being a member of any
recognised Christian church, shall be qualified and required
to act as juror within the limits of such district.

2. That the following persons shall be exempt from serving
as jurors, viz. :



* i.e. the Constitution of 1854. C/. No. 79.
■ This should be Art. 3. See p. 307.



Digitized by



Google



i857] JURIES 313

A. De leden van den HEd. Volksraad, de leden van den Uitvoe-
renden Raad, en de Heemraden.

B. Alle personen in de dviele dienst van dezen Staat, insluitende
de veldcommandanten en veldcometten.

C. Alle geregts — beambten, alsmede alle advocaten en procureurs
van de rondgaande geregtshoven ; en alle cipiers en bewaarders van
gevangenhuizen.

D. Alle doctors, chirurgijns, en apothekers, die in praktijk zijn ;
en alle predikanten of leeraars van eenig godsdienstig genootschap.

3. Geen persoon, die na eene behoorlijke teregtstellin^ schuldig
gevonden en ^evonnisd zal zijn, tot het ondergaan van eemge strafife,
waarmede eenoosheid gepaard is ; of die door het vonnis van eenig
com|>etent geregtshof eerloos verklaard zal zijn, en welk vonnis niet
zal zijn veranderd of vemietigd of een pardon verleend geworden, zal
immer weder bevoegd zijn op eene teregtstelling als een jury te dienen.
[Zoo 00k niet alle personen die zich aan omkooperij of onbehoor-
Ujke beinvloeding hebben schuldig gemaakt.]

4. [Eenig juryman die schuldig is aan eenige der misdrijven in het
laatste artikd voorschreven, zal onderworpen zijn aan zulke straffe
als hem door het Geregtshof zal opgelegd worden.]

. 5. [Strafbepaling voor eenig persoon die een juryman omkoopt of
tracht om te koopen.]

6. Aangaande het opmaken der jurylijsten, het dagvaarden van
jurymannen, en andere punten van praktijk, enz. zal worden gehandeld

A. The members of the Volksraad, the members of the
Executive Coimcil, and the Heemraden.

B. All persons in the civil service of this State, including
the Field-dommandants and the Field-Comets.

C. All oflScers of justice, as also all advocates and attorneys
of the circuit courts, and all jailers and warders of prison-
houses.

D. All doctors, surgeons, and apothecaries in practice, and
all ministers or pastors of any reUgious body.

3. No person, who after due trial shall have been found
guilty ana sentenced to imdergo any punishment involving
loss of honour ; or who by the sentence of any competent
court shall have been declared infamous, which sentence shall
not have been changed or nuUified, or a pardon not having been
granted, shall ever again be competent to serve as a juror in any
trial. [Nor any person who has been guilty of bribery, or has
been unduly influenced in any other way.]

4. [Any juryman who is guilty of any of the offences de-
scribed in the last nreceding article, shall be subject to such
pimishment as the u>urt may impose upon him.]

5. [Punishment prescribed for any person who bribes or
attempts to bribe any jur3anan.]

6. Regardmg the making up of jury Usts, the summoning
of jurymen, and other points of practice, etc., the procedw^



Digitized by



Google



314 ORANGE FREE STATE [1866

volgens de regulatien die daaromtrent door da bevo^de authoriteiteiL
reeds zijn of nor zuUen worden vastgesteid.

7. Deze Ordonnantie zal in working komen en kiacht van wet
hebben van af den datum der publicatie.

Gegeven te Bloemfontein op den 13 den dag van Febmarij 1857.

T. N. BosHOF, Staatsprestdent.
(Bij order) J. W. Spruijt, Gouv. Seer.

GOUVBRNEMBNTSKANTOOR.

Bloemfontein, 31 Maart 1857.

Verz, van Besl. v. d. O.V.S. [1867 ?].



Mo. 165. DE OCCUPATIEWET.

Ord. No. 2, i866.>
De Volksraad,

Overwegende. dat het raadzaam is zonder verzuim voorloopige
en tijdelijke voorzieningen te maken met betrekking tot het op de
Basutos veroverde grondgebied, hetwelk aan'den C^njevrijstaat is
gehecht bij proclamatie van den Kommandantgeneraal J. J. J. Ftck.
welke proclamatie door ZHEd. den Staatspresident met advies en
consent van den Uitvoerenden Raad op 23 October i865» en door den
Volksraad op 7 Febmarij 1866, is bekrachtigd,

Heeft besloten, gelijk hij beslnit bij dezen :

Art. I. Er worden langs de geheele nieuwe grensscheiding tti»-
schen den Oranjevrijstaat en Basutoland, behoadens het bepaalde bij
art. 8 en 9, voorloopig drie rijen plaatsen geinspecteerd.

shall be according to the regulations ahready made or still to
be made by the competent authorities.

7. This Ordinance shall come into operation and have
force of law from the date of publication thereof.



Ho. 186. THE OCCUPATION LAW.

Ord. No. 2, i866.»

The Volksraad,

Considering that it is advisable to make provisional and
temporary arrangements without delay with regard to the
territory conquered from the Basutos, which was joined to
the Orange Free State by a proclamation of the Conunandant
General J. J. J. Pick, which proclamation was confirmed by
the State President with the advice and consent of the Executive
Council on 23rd October 1865, and by the Volksraad on 7th
Pebruary 1866,

Has resolved, as it hereby resolves :

Art. I. There shall be inspected provisionally three rows
of farms along the whole of the new boundary between the
Orange Pree State and Basutoland, saving always the pro-
visions laid down in arts. 8 and 9.

> Finally repealed by Procl. No. 3 of 1902 (A).



Digitized by



Google



i866] CONQUERED TERRITORY 315

Art. 2. De in art. i bedodde plaatsen worden geinspecteerd op eene
gemiddelde grootte van 1500 morgen.

Art. 3. Aan die plaatsen, voor zoo ver zij grenzen aan de Qranje-
rivier, de Kometspruit, de Caledonrivier of de Putisani, wordt langs
deze rivieren ^eene meerdere breedte gegeven dan voor hare bestaan-
baarheid noodig is.

Art. 4. Tot de inspectie dier plaatsen worden door den Staats-
president twee commissies benoemd, waarvan de eene hare werkzaam-
neden aanvagt aan Bamboesplaats en de andere aan het andere einde
der nienwe grensscheiding.

Art. 5. Elke commissie bestaat nit drie ledem, onder welke een
Gonvemements-landmeter is, die tevens voorzitter is der commissie,
bij welke hij wordt benoemd.

Art. 6. [Bdooning van voorzitters en leden der commissies.]

Art. 7. De Staatspresident verleent aan elke commissie zoodanige
bescherming, als noodig geoordeeld wordt om haar in staat te stellen
hare werkzaamheden ongestoord te verrigten.

Art. 8. Tusschen Bamboesplaats, de Oranjerivier en de Komet-
spruit, alsmede aan of nabij de bron der Putisani, wordt door de in art. 4
vermelde commissies een stuk grond geinspecteerd tot woonplaatsen
voor kleurlingen, die bondgencK^ten van den Oranjevrijstaat zijn of
zich onder het gezag van den Oranjevrijstaat verlangen te stellen.

Art. 2. The farms mentioned in art. i shall be inspected
so as to be of an average size of 1500 morgen.

Art. 3. To those farms, in as far as they border on the
Orange River, the Cometspruit, the Caledon River or the
Putisani, no greater breadth shall be allowed along these
rivers than is necessary for the purposes of the said farms.

Art. 4. For inspecting those farms two commissioners shall
be appointed by tne State President, of which the one shall
commence its duties at Bamboesplaats and the other at the
other end of the new boundary.

Art. 5. Every commission shall consist of three members,
of whom a Government land-surveyor shall be one, and he
shall be chairman of the conunission to which he shall be
appointed.

Art. 6. [Payment of the chairman and members of each
conunission.]

Art. 7. The State President extends to each commission
such protection as is deemed necessary, in order to enable it
to perform its duties undisturbed.

Art. 8. Between Bamboesplaats, the Orange River and
the Cometspruit, as also at or near the source of the Putisani,
there shall be inspected by the conunission mentioned in art. 4
a piece of land as the dweuing-place of the coloured people who
are allies of the Orange Free State, or who desire to place them-
selves under the authority of the Orange Free State,

Digitized by VjOOQ IC



3i6 ORANGE FREE STATE [1866

Art. 9. [De commissies zonderen stukken grond af voor het aan-
leggen van dorpen.]

Art. 10. [De Commissies richten bakens op tot aanwijzing der
scheidslijnen.]

Art. II. [De voorzitter van elke commissie maakt schetsen en
inspectie-rappoften.]

Art. 12. De voorzitter van elke commissie zendt de door hem
gemaakte schetsen en inspectie-rapporten zoo spoedig mogelijk in aan
den Gouvemementssecretaris, die daarbij op de gewone wijze grond-
brieven doet uitvaardigen.

Art. 13. De in art i. bedoelde plaatsen worden om niet uitgegeven
onder de luema te vermelden voorwaarden.

Art. 14-20. [Aan wien plaatsen toegekend ziiUen worden en de
wijze van toekenning.]

Art. 2 1 . Elke plaats moet door dengene, aan wien dezelve toegekend
wordt, in persoon worden bewoond.

Art. 22. De bewonini^ vangt aan op eenen door den Staatspresident
te bepalen dag, welke tijdig en zoo aigemeen mogelijk wordt bekend
gemaakt.

Art. 23. Hir die verhinderd wordt om op den door den Staats-
president bepaalden dag met de bewoning eenen aanvang te maken,
moet van dezen verlof verkrijgen om zulks later te doen.

Art. 24. leder, aan wien eene plaats wordt toegekend, moet daarqp
te alien tijde voorzien zijn van een rijpaard, zadel, toom, geweer, 200
kogels, 5 pond kruid en 500 dopjes of 12 vuurateenen.

Art. 9. [The commissions shall reserve tracts of land for
laying out towns.]

Art. 10. [The commissions shall erect beacons to indicate
the boundaries.]

Art. II. [The chairman of each commission shall make
maps and frame inspection reports.]

Art. 12. The chairman of each commission shall send the
maps and the inspection-reports drawn up by him as soon as
possible to the Government Secretary, who shall therefrom
cause land deeds to be issued in the usual manner.

Art. 13. The farms mentioned in art. i shall be issued
gratis on the conditions to be mentioned hereafter.

Art. 14-20. [To whom farms shall be granted and the
manner of granting.]

Art. 21. Every farm must be occupied by the individual
in person to whom the same is granted.

Art. 22. The occupation shall begin on a day to be fixed
by the State President, which day shall be notified in time
and as publicly as possible.

Art. 23. Any person who is prevented from beginning
to occupjr his farm on the day fixed bv the State President
must receive his permission to do so at a later date.

Art. 24. Every person to whom a farm is granted shall
be provided on it at all times with a riding-horse, a saddle,
bridle, rifle, 200 bullets, 5 pounds of gunpowder, and 500 caps
or 12 flints.



Digitized by



Google



i866] CONQUERED TERRITORY 317

Art. 25. ledere ei^naar van eene plaats moet te alien tijde,
voorzien van de toerusting, in art. 24 vermeld, gereed zijn om zoodanige
burger—- en kommandodienst te doen, als zijn veldkomet van hem
vordert, of daartoe eenen aldus toegenisten bekwamen en door den
veldkomet goedgekeurden blanken persoon als zijnen plaatsvervanger
stellen.

Art. 26. Op dezelfde wijze is iedere eigenaar gehouden mede te
werken aan de oprigting der in art. 42 vermelde f orten.

Art. 27. ledere eigenaar moet binnen zes maanden na den aanvang
van de bewoning zijner plaats daarop een huis bouwen en voltooijen
van minstens 20 voet lang en 10 voet breed.

Art. 28. ledere eigenaar betaalt jaarlijks eene recognitie van 2 s.
voor elke 100 morgen of eenig gedeelte daarvan.

Art. 29. [ledere eigenaar betaalt l^ voor zijn grondbrief.]

Art. 30-3 1 . [Over net transporteren der plaatsen.]

Art. 32-33. [Bij het niet nakomen van deze voorwaarden kan de
Uitvoerende Raad de eigenaar zijn regt van eigendom ontnemen, doch
eerst na hem over de zaak gehoord te hebben.]

Art. 34. [Zulk een plaats wordt dan opnieuw uitgegeven.]

Art. 35. [Omtrent Detaling voor aangebragte verb«teringen op zulk
een plaats.]

Art. 16, De eigenaren van gemiddeld elke 30 aan elkander gren-
zende plaatsen, door den Staatspresident aan te wijzen, kiezen op eenen
door hem te bepalen dag uit hun midden eenen veldcornet.

Art. 25. Every owner of a farm shall at all times, provided
with the equipment mentioned in art. 24, be ready to render
such burgher and commando service as his Field-comet
may demand of him ; or he shall g^ve as his substitute for
that purpose an able white person equipped as mentioned above
and approved of by the Fidd-comet.

Art. 26. In the same way every owner shall be obliged
to co-operate in erecting the forts mentioned in art. 42.

Art. 27. Every owner shall, within six months after he
conmiences to occupy his farm, build or complete thereon a
house of at least 20 feet long and 10 feet broad.

Art. 28. Every owner shall pay annually an acknowledg-
ment of 2 sh. for every 100 morgen or any part thereof.

Art. 29. [Every owner shall pay £4 for his land deed.]

Art. 30-31. [About the transfer of farms.]

Art. 32-33. [When these conditions are not fulfilled, the
Executive Council may take away the owner's right to the
property, but only after having heard him on the matter.]

Art. 34. [Such farm shall then be given out anew.]

Art. 35. [About payment for improvements made on such
farm.]

Art. 36. The owners on an average of every 30 farms
adjoining each other, as shall be indicated by the State Presi-
dent, shall elect, on a day to be fixed by him, a Field-comet
from their midst.



Digitized by



Google



3i8 ORANGE FREE STATE [1866

Art. 37. Op gelijke wijze kiezen de eigenaren der plaataen, in 3
aan eUcander grenzende veldkometschappen gelegen eenen komman-
dant.

Art. sS. De gezamenlijke kommandanten en veldkometten kiezen
uit de eigenaren der in art. i vermelde plaatsen eenen kommandant-
generaal, die zijne instructies van den Staatspresident ontvangt.

Art. 39. ledere officier is stipte gehoorzaamheid verschiudigd aan
degenen, die boven hem geplaatst zijn.

Art. 40. De kommandant-generaal en onder hem de kommandanten
en vddkometten zijn belast met de zorg voor de bescherming en veihg-
heid der grensUjn en der grensbewoners en geven de daartoe noodige
bevelen.

Art. 41. De veldkometten zijn gehouden elke maandeenmaal de
eigenaren der pkiatsen in hunne veldkometschappen te inspecteren en
zich te overtuigen, dat zij voorzien zijn van de uitrusting in art. 24
vermeld.

Art. 42. In elk veldkometschap wordt door den kommandant
in overleg met den veldkomet eene plek aangewezen, waar een fort
wordt gebouwd, ten einde in tijden van gevaar te dienen tot beveiliging
van leven en eigendom der grensbewoners.

Art. 43. De Uitvoerende Raad bepaalt, welke kleurlingen toegdaten
worden hunne woonplaats te vestigen m de gronden, vermeld in art. 8.

Art. 44. De Uitvoerende Raad bepaalt, onder welke hoof den de in
art. 43 vermelde kleurlingen geplaatst worden.

Art. 37. In a similar manner the owners of farms situated
in three adjoining field-cometcies shall elect a Commandant.

Art. 38. The Commandants and Field-comets shall together
elect, from amongst the owners of the farms mentioned in
art. I, a Commandant-General, who shall receive his instrac-
tions from the State President.

Art. 39. Every officer owes strict obedience to those
placed above him.

Art. 40. The Commandant-General, and under him the
Commandants and Fidd-comets, are entrusted with the task
of protecting and safeguarding the frontier and the people
living on the frontier, and shall issue the commands necessaiy
thereto.

Art. 41. The Fidd-comets shall be obliged to inspect
the owners of the farms in their fidd-cometcies once every
month, and to satisfy themsdves that they are provided with
the equipment mentioned in art. 24.

Art. 42. In every fidd-cometcy a place shall be pointed
out by the Commandant, advised by the Fidd-comet, where
a fort shall be built, to serve in times of danger as a protection
of the lives and property of the inhabitants ot the frontier.

Art. 43. The Executive Council shall decide which coloured
persons shall be permitted to take up their abode on the lands
mentioned in art. 8.

Art. 44. The Executive Council shall decide under which
captains the coloured persons mentioned in art. 43 shall be
placed.



Digitized by



Google



i866] CONQUERED TERRITORY 319

Art. 45. Over al de kleurlingcoi in elk der in art..8 vermelde stukken



Online LibraryG.W. EybersSelect constitutional documents illustrating South African history, 1795-1910 → online text (page 41 of 70)