William Sewel.

A large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek online

. (page 47 of 187)
Online LibraryWilliam SewelA large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek → online text (page 47 of 187)
Font size
QR-code for this ebook


Manifoldly, Veelvuldiglyk.
Marifoldnefs , Vcelviddigheyd.
MANKIND, het Menfchdom.^ menfchelyk geflacht^
de menfch en.

MANLY, Manlyk.

Mm 3 iiMan-



278 • MAN.

a Manly voice, een MaKlyke Jii/n.

a Manly woman , een Manlyk vrouvjmenfch.
Manlinefs, een Manlyk weezen ^ manly k gelaat.
MANNA, Manna ^ Hemels-brood.
MANNER, Manier^ tuvze , geivoonte.

In this manner, y ^ Op deeze wyze.
After this manner, f ^ •>



MAN. MAP.



MAR.

t land mee mefi ^ ge-



MANURE , Alles daar men

lyk als mis of mergel.
toMKl^U"^^^ Bebouwen, bemiften.

To manure with dung, Bemejlen^ miften
Manured, Bearbeyd^ bemijl.
Manuring, Bearbeyding, bemeflmg^

dende



7-



0:^- In a manner, Op zekere wyze^ by maniere van\MX^\jSCK\?T ^ Met de hand gejchrecven^hand-



fpreeken
He was in a manner ignorant of it , Hy was zo

te Zeggen onkandig daaraf.
What manner of man is he? li-W voor eenjlach

van een man is het}
In like manner. Op een gelyke wyze^ defgelyks.
He did it two manner of wayes , Hy deed bet op
tiveederley tvyze.
Manners, Zeeden^ manieren , manierlykheyd.
Good manners, Goede manieren.
To learn manners , Manierlykheyd leerex.
rie teach him better manners , Ik zal hem luel

beter manieren leeren.
(j:) To leave no manners in the dish, De fchut-
^l fchoon nyt eeten ; alUs ongefchiktelyk op eeten.
JVIanncred , Gemanierd.

Ill-Mannered, Ongemanierd^ ongefchikt.
yi-mwtd-^ ^ Manisrlyk , gefchiktelyk.

a Very mannerly child, Een zcer manierlyk kind.
Mannerlinels, Manierlykheyd^ gcfchiktheyd.
MANNISH, Mannachtig.
JVIANNOUR, ee-,2 Heerlykheyd^ amhachtsheerlyk-

heyd.
a Mannor-houfe,^.';? Hnys o^Jlot van de]$ ambachts- j Many wayes , Op veelerleye vjyze



gefchrift.
An old manufcript, een Oud gefchreeven boek,
MANY, Menig^ veele.

* Many hands make quick work, Veele handen

maaken ligt vjerk.
*Many men many minds , Zo veel hoof den za

veel zinnen. ■
Many are of opinion , Veele zyn van gevoelen.
There was a great many of 'em, Daar vjaaren'er

zeer veel van.
How many is there ? Hoe veel zyn'er ?
Go and fee how many there are, G<2rif en zie ecns

hoe veeTer zyn.
As many as , Zo veel als.

a Good many , een Goede menigte, een loutere
party.
Many times , L ^^^^^ ^^^ menigmaaL
Many a time , i -^ ' ^

I have done it many and many a time,//^ heb het

menig en mcnigmaal gedaan.
How many times ? Hoe menigmaaP. hoe dikwils ?
How many times foever , Hoe dikwils het ook zox
I ^ moogen zyv



MANSION, ecnlVoon'my., woonplaats ., V

huvs van een hufjlede oi Heerl\kheyd.
a Manlion-houfe, een U''oonhuyi.
MANSLAUGHTER, een Manjlag, neerlag. '

'zie hiervoore pag. 277. Kol. i.
MANSUETE, Zachtmoedig, tarn.
M AN T LE , een Mantel.

a Royal mantle , een Koninglyks m.antel.
the Mantel-tree of a cXmiraey , ok Schoorfleen-inantel.
to IVIANTLE [as beer, ] Schuymen of werken

[gelyk bier als 't in een glas gegooten wordt.]
ccj' The hawk mantles



De valkfpreydt zyne vjie-
verdek op de manier als een



ken uvt.
MANtLET, Zeke

hiyfel.

MANUAL arts, Handwerken.
Manual, (fubft.) een Handboekje.
MANUDUCTION, een Levding by de hand.
MANUFACTURE, Handwerkfel, van allerley
foort, als ftoffen , hoeden , knoopen , pa-
pier, enz.
Silk manufaSures, Zyde ftoffen.
Manufa6lurer,e£'» Fahrikeur van ftoffen.
MANUMISSION, Vrylaating, ontftaanin^.
to MANUMIT, h vryheyd ftellen , ontflaan.



MAP.

MAP , een Kaart , landkaart.

a Map of the wwrld, een Werreld-kaart.
MAR.
MARBLE, Marmer, marmerftcen.

White marble, Wit marmcr.
a Marble-quarry , een Marmer-groeve .
a Marble-cutter, cea Marmerfteen'houwer.
t.oM^K\MJE, Marmeren.
Marbled, Gemarmerd.

Marbled paper, Gemarmerd papier.
MARCH, Lentemaand.
March-beer, Maarts bier.
a MARCH, een'Togt^ optogt., aantogt., mars.
Their march was along the fhore , Hunne togt

was langs den oever.
To haflen his march , In aantogt zyn.
After four dayes march , Naa vier dagen trek-

k:;7s ; naa eene mars van vier dagen.
To beat the march, De mars flaaK.
to MARCH, Trekken [als het krygsvolk] optrek-
ken.
To march towards the enemy , Den vyand tegen

trekken.
To march in order, Ordentlyk voort trekken.
' To march off', Aftrekken.

To



MAR.

To march forward , Foort trekken,
MARCH ANT, zie Merchant.
Marched, Voortgetrokken ^ voortgetoogcu.
the MARCHES of a country ,d'£' Grenzen offihey-

ding -nan eenig land.
MARCHING, Voorttrekklr.g, optrekkmg.,

voorttrekkende.
MARCHIONESS, een Markgraavln.
MARCE-PANE, Marf^yn.
MARE, een Merry.

To cover «r to leap a mare, "Eene merry b-efprin-
gen.

The Night mare , de Nacht-merry.
a Mare-faced horfe, een Paerd dat plat van voor-

hoofd is.
MARE-MAID, een Meermrn.
MARGARITES, Paerlen.
M ARGENT, V ^ ]^.j I .
MARGIN, r d'i^^-^d.kant.

Marginal notes , Kanttekeningen,

MARIGOLD, eene Goudsbloem.

Maries-feal , zie Sow-bread.

M ARJEROM , Mariolyn , majeleyn [ 7eker kruyd.]

Wild Marjcrom, Or ego., ivilde majeleyn.
to MARINATE fish , Vifch m oU bakken en dan

in pekel leggen.
MARINE , Dat tot de zee behoort.
MARINER, een Zeevaarend man .^ bootsman.
MARITIME , Aan de zee gelegen.
MARK, een Merk^ teken .^ mcrkteken ^ wit., doel .,
doelwit. I

To hit the mark , Het wit treffen.
He is quite befide the mark , Hy heeft het wit in

geenen deelen ge'troffen.
To flioot above the mark , Over het doel heen
fchieten.
Letters of MARK , Bricven van wederneeminge ^

hrieven van Reprefalie.
aiyiUik of filver, een Mark, [beloopende XIII
Engelfche fchellingen, en IV pence,
a Mark of gold, Drieendertig Ey!gclfche fcheliiK-

ge en vier pence.
a Scotch Mark , Dertien pence en een half.
a Mark [weight, J een Mark Trois gewigt ., 2,ynde

8 oncen.
10 MARK , Merken , tekenen , npUtten.
To mark with chalk , Met kryt merken.
To mark with a hot iron , Brandmerken.
To mark out a piece of ground for a camp,
Een leger affieeken.
Mark, Merk^ let'er op.

Mark what I Hiy to ye, Lei\"r op wat ik n zeg.
Marked, Gemerkt. getekend.
MARKET, ^ ,. .
Marketplace, C ^^^ Mark,

To go to market, T'e mark gaan.
an Herb market, een Groenmark,
& Fruit market , een AppeUmrkt.



MAR. 279

a J''ish-market, een Vifchmarkt.

a Horfes market, een Paerde-markt.

a Hog-market, de Varken-markt.

a Market town, een Markt-dorp.
The Market price, de Prys van de markt.^ marks-
gang.
ccx He made a good market of his wares , Hy heeft
zyne waaren wel uytgevent.

Marking, Merking., tckening., merkende.

a Marking-iron , een Merk-yzer.

MARLE, Alergel^ lekcre vette kley daar men 't

land mc^ meft.
to MARLE a fie]d^Eenen akker met merge I mejlen.
Marl ed ,. Met mergel gemeft.
MARMELADE of quinces, Oueevleefch,
MARMOSET, een Aap oi me7rkat.
MARQUESS, een Markgraaf
Marquife, eene Markgraavin,

Muquefdom, I' ^^^ ^^^r^^^^^^-
Marquefhip, een Markgraaflyke Jlaat.
MARQUETRY, Ingeleyd werk van ebben- , fak-

kerdaan-^ letter'., of ander hout.
toMARR, Bederveny verhoetelen ., verknoeijen.
Marred , Bedurven , verhoeteld., verknoeid.

He has marred all, Hy heeft het alles verhoeteU,
He quite marr'd the matter by an ill relation,.
Hy heeft de zaak door een quaad verhaal ganfch
bedurven.
Marrer, een Bederver, verhoetelaar.
MARRIAGE, een Huuwelyk., trouw ., bruyloft.
H« defired her in marriage, Hy verzocht haar ten

humvlyk.
He was upon his marriage, //yyZo^^^z; cm te trow

wen.
He will never give his daughter in marriage to
fuch a one , Hy zal z.yne dochter nooit aan znlk
eenen ten huuwelyk geeven ., {oi nythtmwlyken.')
He made a marriage betwixt them, Hy heeft een
huMwelyk tufj'chen hen gekoppeld.
a Marriage-Tong, een Br ay lofts lied.

The Marriage- fupper of the Lamb, het A vend-
maal van de bruyloft des Earns ., (^Apoc. 19. 9,)
Marriageable, Huuwbaar.
Married, Getrouwd., gehuuwd.

a Married man , een Getrouwd man.
MARRING , Bederving , verhoeteiing , verknoei"

jing.
MARROW, Merg.
a Marrow-bone, een Merghecn.
to MARRY , "Trouwen , huuixen , hunwelyken ,.
uythuuwehken.
They vvcre marry ^d by a Prieft, Zy wierden door

eenen Priefier getrouwd.
When is he to marry her ? Wanneer zal hy met

haar troziiven ? ,
She has marry'd a rich man , Zy is aan een ryk
man getrouwd.

He-



-28o MAR.

He has marry'd a flut , Hy heeft eene Jloerl ge-
trouvjd\ hy is met eene Jlons getrouzvd.
ccj- He has marry'd one of his daughters to an ho-
neft man, Hy heeft eene van zyne dochters aan
eeyi eerlyk man uytgehumvlykt {p? uytgetrouwd.)
To marry again , Hertrouwen.
Marry'd, Getrouvjd^ gehuuvjd^ gehmiwelykt.
When is (he to be marryd? Wanneer zal z,y trow

wenl
Thrice ma^/'d, Driemaal getrouivd.

Marrying, dc -Trouiving^ het trouwen ^ troH-

ixiende.
■ He doth not care for marrying , Hy heeft geen

zin in trouxven.
MARSH, een Moeras, veen.

a Marfli ground , een Moerajfig oibrochg Und^
moergrond. . !

Marlh-mallows , Heemswortel ^ dubbele kaesjes bla-

den^ [zeker kruyd.]

Marfli-parfley, Jojfrokw-mark , [zeker kruyd. J |

MM<SUMj/eenMarfchalk. \

to MARSHALL, In ordefchikken. I

To Marflial a Regiment, een Regiment m orde

fcbikken. I

To marffiall a proceffion , Aan degenen die in j

eene fraaljiaatji zullen gaan yder zyne hehoorly- \

ke plaets toewyzen. \

Marflialfey , het Hof des Maarfchalks , ■ zekcre

gevangkenis in Soiithwark.
Marfhalfhip, het Maarfchalkfchap.
MARSHY, Moeraffig, broekig, veenig.
MART , een Jaarmarkt.
(O* Letters of Mart , Brieven van zuederne^minge of

van vcrhaal; Brieven van Reprefah"c.
MARTERN, een JMarter, zeker beeft dat kofte-

lyk bont heeft.
MARTIAL, Dat tot den Oorlog behoort.
Martial law , de Krygswet.
Martial difcipline, iirygstucht.
Martialift, eenKrygsman^ Oorlogsheld.
MARTIN , Zekerflach van zwalnw.
MARTINGALE, een Leere riern waarmede men

een dartel paerd verhindert den kopj)p tejlaan.
MARTLEMAS , St. Martyns dag.
Martlcmas beef, Gerookt ojj'evleefch, rookt vleefch.
MARTLET , een Gier-zuialuw.
MARTYR, een Martelaar , Bloedgetuyge.

He died a martyr, Hy is een martelaar gefturven.
The bloud of the Martyrs is the feed of the
Church, Het bloed der martelaaren is het zaad
der kerke.
The Book of Martyrs , Het Martelaars-boeh
Martyred, Gemarteld, gepynigd.

He was martyred in a moft cruel manner , Hy
vjierdt op een fchrikkelyke wyze gemarteU.
Martyrdom , Martelaarfchap , martefary , marteldood.
He fuffered martyrdom,' Hy fturf eenen martel-
dood.



MAR. MAS.
Martyrology , een Martelaarsboek , Spiegel der ma}''

telaaren.
MARVEL, mnder.

't Is no marvel, '# Is geen wonder.
to MARVEL , Fervjonderen ^ zich vervjonderen .
verwonderd zyn.
I marvel why he did not come,/^ vcrivovJer n;y

vjaarom hy niet qnam.
I marvel what the matter may be , Ik verwonder

my wat de zoflk mag zyr;.
I marvel nothing at this , Ik verwonder my niei

hterover.
None ought to marvel at it , Niemar.d behoori

daarover verwonderd te zyn.
It made me marvel to fee, Het deed my verwon-
der en te zien.
Marvelled, Verwonderd.
Marvelous , Wonderlyk , wonderbaar.
It is a marvelous thing , Het is een vjouJerlyh
zaak.
Marvelously , Wonderbaarhk.
MAS.
MASCARADE, een Mommery . mommendans
MASCULINE, Mannelyk.

The masculine gender, het Manlyk gejlackt'
a Masculine ftyle, een Manlyke Jiyl.
MASH, Mengelmoes ^ mengfel.

a Mash for a horfe , een Paerdedrank.
the MASH of a net , een Maaz o^ fcbakel van een

net.
to A4ASH, Mengen., een mcngfcl maaketi.
Mashed , Ond^r malkander gemengd.
MASK , een Momaanztgt , mombakkus ^gryns , mas*
ker.
To put on a mask , Een momaanztgt of masker

voordoen.
To take off the mask, Het momaanzigt afdoen^
''t masker aftigten^ ontmommen.
to MASK , Vermommen , masker en.
Masked, Een momaanzigt voorgedaan ., vermomd^
gemaskerd.
He was masked , Hy was vermomd.
She was masked, Zy was gemaskerd.
Masking, Vermomming ., ——^ vermommende.
MASON, een Metfelaar.
Mafonry , Metfekuerk.
MASS, eenKlomp., hoop.
the MASS, deMiJe, mis.
To fay mafs , de Mis doen.
To fing mafs, 12V Miffe zingen.
To go to mafs , Ter mijfe gaan.
a Mafs for the dead , een Zielmis..^
the Mafs-book , het Misboek.
Alafs-wecds, het Misgewaad.
MASSACRE, AToord, moordery^ bloedhad.
to MASSACRE, Moorden ^vermoorden ^ doodjlaan^

moorddaadig ombrengen.
MalTacred, Vermoord., moorddaadig omgebragt.

Mas-



MAS. MAT.
Maflacrlng, Vermoordlngy ombrenging^ '—-'moor-
dende.

MASSY^ ' r ^'^^'''&^ ^''^'^ ^'""'''^ '"*^-

a Statue of maffy ^oX^^een Beeld van loutergorid.
Maflhicfs, if'^igtigheydy digtheyd.
MAST, ee-a Maji:

a Ship with three mafts^^^« Sch'ip met dr'te masten.
the Mizen-mall: , de Bezaans-mafi.
the Main-maft, dc Groote maft.
the Fore-maft , de Fokke-majl.
thcTop-maft, de Steng.
MAST of oakes, Akers, eekekn.
Maft of beech, Boek^ vrucht van baekeboomen.

Maft-bearing, Mafldraagende ^ aktrdraagende.

MASTER, een Meefler.

He is his own maftcr, Hy is zyn eygen meejler^

( of zyfe eygen voogd. )
* The niafter's eye makes the horfe fat , Het oog

des meejiers maakt het paerd vet.
a Mafter of arts , een Meejler dcr vrye konjlen.
a Fencing mafter, een Schermmeejler.
a Mafter of a fhip , een Schipper.
a School-mafter , een Schoolmeefler.
the Mafter of the Rolls , [eertyds] de Opperjle

Klerk ter Sekretary , maar nu tegenwoor-

di^ een Byftander of AJfifie^it van den Groot
Kanfelier , die by deszelfs afiveezen zyne plaats
bekleedt.
a Little mafter, e?n Meejlertje.
Mafter-piece, een Meejlerjluk^ proefjiuk.
to ^AhST^K ^ J^ermeejleren^ bedwingen.
He cannot mafter himfelf , Hy kan zich zelven
niet bedwingen \ hy is zichzehen geen mceJler.
Mafterlefs, Mcefterloos ^ toomeloos.

Mafter) y, Mecjierlyk, heerfchachtig.
Mafter- wort, Mcellermortel.
MASTICATION, Kaauwing.
Mafticatory, een Kaauiv-artfeny.
MASTICK , Majlix, [zekere gom.]
Maftick-tree , een Maftikboo/n.
MASTIF or Mafty-dog, een Groote dog.
a Mafty fellow, Een plompe boer.

MAT.
MAT, een Mat.

a Door-mat, een Denr-r/iat.

MATCH, eenZvjavelftok, Lont.

ccS' The match of a lamp, Het pit of lemrmt van

een lamp.
MATCH, If^eer^aa ., party ., partmtr ., huuwelyk.
Cf To make a match for hunting , Een party' nyt-

maaken orn te jaagen.
rp- He has met with his match , Hy heeft zyne par-

tuur gevonden.
of- He has not his match , Hy hceft zyne vjecrga

(oi zyns gelyk) niet.



MAT. 281

(xS'If he can but light on a good match, Zo hymaar
een goed partmir kan aanircffen\lndien hy maar
een goed huuwelyk kan doen.
O^Did he like the match? Had hy zin in het hun-

welyk ? ( of in het partmrA )
to MATCH, Paaren^ P^.iJ<^» ■, tzamenkoppelen.
oc^r Match that glove with another, Zie dat gy een
•weergaa by die handfchoenen krygt.
To match a young woman with an old man ,
Een' jong vrouwrnenfcb aan een oud man kop^
pelen. >

oJ'This colour doth not match it, Deeze koleur

pajVer niet by.
o^He alone was not able to match them all, Hy

alleen mogt tegen hen alle niet op.
Matchah]e,Paarbaar,be<jfuaam om gepaard te warden.
Matched, Gepaard^ Z,ep^ft 1 gekoppeld.
Well matched , Wei gepaard,
Thofe horfes are ill matched , Die paerden z\'n
cjuaalyk gepaard.
Match mg', Paaring, koppeling.
Match lefs. Zander weergaa, gaadeloos.
Match-maker, een Zwavelftokmaaker ^ —— Lont-

masker , Huiiwelykmaaker.

MATE, een Maat., makker ^ weergaa ., gaade.
the Mafter' s mate upon a fliip, de Uaderfchipper^of
Jiumman.
a Turtle that has loft her mate, een Tortelduyf
die haare gaade verlooren heeft.
MATE at chefs , Schaak-mat , de begetting des Ko-

nings in 't fchaakfpcl.
to MATE , Den Konifig in V fchaakfpel bezettett^

benaauwen.
Mated, Bezct., benaauwd.
P4ATERIAL, Stoffelyk, voornaam.

The material caule , de Stoffdyke of weezendlykc

oorzaak.
It was no material thing , V Was geen zaak -van

belang.
The moft material point he palFed hy^Het voor-*
naamfie pttnt ging hy voorby.
Materials, St off en.
Are thofe materials to be had? Kan men die Jl off en

wel bekornen ?
MATERNAL, Moedcrhk.
MATH , als After-math'' , Etgroen , naa-gras of

/aat hooi.
MATHEMATICAL, WiskonJIig.

Mathematical demonftrations , Wiskonfrige bstoa-
^mgen.
Mathematically , IVishindiglyk.
Mathematician, een IVislonftenaar . wiskundiwe.
MATHEMATICKS, de H'iskunde , wiskonfl.
MATINES, de Mcttcii., zekere ochtend-gcbeden.

dcr Roomsgciindcn.
MATRICE,' Matrix, de Baarmoedcr.
35"Matrice, de lUatrys^ of vorm waarin de Druk-
kttcren gegootcn vjorden.

Nu a MA-



%%^ MAT.

a MATRfCULAR-book,ef» Boek ivaarin ds nad-
rAen der Studenten opgeteykefid VJorden , Kaam-
boek^ naaml)ft.
to MATRICULATE a Schollar at the Univer-
sity , Eenen Student op de HoogefcJjool hfchryvcn
( of opteykenen. )
Matriculated , lagefchreeven^ O? opgeteykend op de

Hoogefchool.
Matriculation, InfchrySiTtg op de Hoogefchpol.
MATRiMONY , V Huuvjclyk.de huHwlyke ftaat.
To join in matrimony , In den himwlyken Jlaat
t'zamenvoegen.
Matrimonial , tiuuvjelykfch.

To break the matrimonial bond , Den hand des
huuweh'ks breeken.
MATRON, een Huysmoeder ^ deftige vromv , eer-

baare vrouw-
MATT, een Mat.

a Little matt, een 3Iatje.
a Matt of rufhes , een Biezen-mat.
MATTED, Met matten beleyd.

The floor was matted all over , De vloer was
geheelendal met matten beleyd.
MATTED (entangled) In de tvar, geklhjl.

Matted hair , Gehnpi haair.
MATTER , Matt-maker, een Matte-maaker.

MATTER, $tofe, zaak, oorzaak , Etter.

The fubjeft will furnish me with matter, ''tOn-

derwsrp zal my wel ftoffe verfchaffen.
He feldom wants matter to write , V Schort hem
zeldea aan ftoffe om te fchryven.
« He delivered his matter very elegantly, Hy -ver-
handelde zyne zaak zeer cierlyk ; hy bragt zyne
reede deftig voort.
0- We ought to mind the matter more than the
words , IVy behooren meer op de zaak dan op de
■woorden te letten.
The matter was quite part by, De zaak ivierdt
geheel voorbygegaan.
US' Gome to the matter in hand , Kom tot de zaak
die ivy verhandelen \ fpreek ter zaake.
He did 'not fpeak to the matter , Hy fprak met ter

zaake.
It is an eafy matter to do it , V Is een gemaklyke

zaak om te doen.
It would be a hard matter to leave her in that
condition, V Zoud een zwaare zaak zyn haar tn
dien Jlaat te laaten.
It is but a final 1 matter, V Is maar een klcymg-

heyd; V is maar een beuzeling.
It is a likely matter, '/ Is een waarfchynelyke zaak;
'# is waarfchynhk.
jf^What is the vumtr} Wat f chart'' er aan'{ wat is^r
in de vjcg ? wat is^er te doen ? ivat is de oorzaak ?
What is the matter with him? Wat fchorthem}
wat wil hy hehben >
idrNo fuch matter, Geenjins; 't Is met alzo.



MAT. MAU.

^ It's no matter , Daar is niet aangelegen , V hoeft,
niet.
No matter for that , Daar 'x niet aangelegen.
What matter is it to him ? Wat legi'er hem aan
gelegcn ? wat roert het hem ?
t5" Something niuft needs be the matter that he
dotii not come, Daar moet noodzaaklyk iets in
den wes: zyn dat hy niet komt.
cCj' It did coil: me a matter of twenty gilders , Ilet
koftte my ontrent twintig gulden.
It is a matter often miles off, '/ Is ontrent tlcn
mylen hiervandaan.
iXj°L]pon the whole matter I fay , Alles dan inge-

zien zynde zo zeg ik.
a Matter of fa6l , een Weezendlyke zaak , feyteiyk-
heyd^ gcbenrde zaak , bedrcevene daad^ daade^
l\kke\'d^ Zaakelykheyd.
MATTER, Ettcr, dragt.

The fore was full of (linking matter , Het zeer

was vol flinkende etter ( materie. )
To refolve into Matter , Zich tot etter zetten^
draagen.
to MATTER, Achten , om geeven^ zich bekreu-
nen ^ aangelegen zyn.
I matter not what others fay, Ikgeefef niet ora

wat anderc zeggen.
I don 'r matter it , Ik acht het niet ; Ik geefer niet

om ; ik bekreun V my niet ; ""t fcheelt my riiet.
What matters iti^ Wat Iegt''er aangelegen"^.
to MATTER , Etteren.

the Mattering of a fore, de Eftering van een zeer.
MATTING, Belegging met matten.
The matting of rooms is not fo common in En-
gland as it is in Holland, De kamers met mat-
ten te beleggen is in Engeland zo gemeen niet
ah in Holland.
iMATTINS, ^/V Matines,
MATTOCK, een Houweel offpade.
i MATTRESS , een Matras.
MATURATION, Rypivordtng.
j MATURE, Ryp. ^

Upon mature deliberation, Naa een ryp overleg.
Maturely, Rypelyk.
Maturity , Rypheyd. ■
The fruit is not come to maturity , De vrucht is

nog niet ryp geworden.
When he fliall come to maturity of age , Wan-
neer hy tot rypheyd van jaaren zal gekomen zyn.
MAU.
M AUG RE, Infpyt van.^ iegendank., ondanks.
(t)MAVIS, eenhyfter.^ xekere vogel.
MAULKIN, een Bakkers flok-dweyl om den oven
fchoon te maaken : ^smede een molik om vogels
te verjaagen.
MAUL-STICK , het Stokje waarop een Schilder

zyne hand leent als hy fchildert.
MAULT, Mom, ^ie Malt.
(t) MAUND , een Mand, Jluyt-hen.

10



MAU. MAW. MAY. MAZ. ME. ME A.

to MAUNDER, Morren^ preutelen , knorren.
Maunderer, een Preittelaar^ horrepot.
Maundering, Gemor , gepreutel y ■• ■' » preute-

MAUNDY, eeff gefchenkje , gift. '

MAUNDY THURSDAY , Ultte Bonder dag,
2yude de Donderdag die naaft voor den Goe-
Vrydag gaat ; op welken dag de Koningen van
Engeland gewoon zyn de voeten van ecnige ar- ,
me luyden te v^ralfen, en hen dan een gefchenk
te vereeren. !

MAUSOLEUM , een frachtize tomhe.

MAW.
MAW, een Maag.

The maw of a calf, een Kalfs msag.
Mawrkish , IValgachtig.
MAXIME , een Grofidregel, /jgofdregel, Jlellitig.

MAY.
I MAY, Ik ma^.
They may , Zy moogen.
As fafi as may be, Zo ras ah V weezen kan, zo

gaauvj als V doenlyk is.
It may be, Moogelyk., miffchien.
That may be , Dat ze» konnen zyn , dat zoh kon-

»en lueezen.
\i I may fliy fo , Indien ik zo zeggen mag.
As like as may be , Zo gelyk als V weezen kan.
May it pleafe your Majefty, ilf^-^ belteven vanuw
Majefleyt , [ een zeer eerbiedige fpreekwyze in
't Engelfch.]
MAY, [the Month], Bkelmaand.
a May-pole, een May-paal, meyboom.
May-Lilly, Lceli van den dale.

IVL'VYOR, de Major o^ regeerende Burgermeejler

van eenplaats .^ [waarvan'er in Engeland in yder

ftad maar een is , die alle jaaren a'fgaat. ]

the Lord Mayor of London , de Burgermeefter

van London.

Mayoralty, het Majors ampt^ Btirgermee/lers ampt.

During his Mayoralty, Terwyl hy Major was.
to MAYL a hawk, Eencn valk zyne vleugels fnoe-
ren.

MAZ.
MAZE, een Doolhof., verbyjiering ., bedwelr^ing.
To be in a maze, In een doolhoof verward zyn ^

bcdwclrnd zyn.
It did put me in a maze, Het deed my verjield
ftaan , hy maakte m\ bedzvelrnd.

ME.
ME, My.

With me. Met my., by my.
Methinks , Aly dunk.

MEA.
MEAD, Meede fdrank van honins; en water.l

MEADOW, S ^^*^ Beemde.weyde.
M M AGRE 'Mager , fc hraal.
Meagcrly, MagerlyL ,,.,,



MEA. j8j

Meagernefs, Magerheyd.
MEAL, Meet.

Bean-Meal , BooneH-mecl.
M^^ly-tuh., een Meelvat.
Mealy, Meelig.
Meal-mouthed, Die zecr bios en fchremnachtig vm

aardt is.
a MEAL, een Maal.

I have eaten a good meal , Ik heb een goed maal

gedaan.
Piece-Meal , Aan kleyne Jlukkett en brokken.
MEAN, Gertng.y flecht.
a Man of a mean condition , een Ferfooit vtm

geringen Jiaat.
a Mean imployment , een Gering ampt.
He is but a mean fchollar, Hy is maar een Jlechs
fcboolier; hy is niet heel geleerd.
Mean-fpiritcd, Slaphartig.
MEAN, het midden., de middelmaat.

To keep a mean in all things , In alles een mid-^

delmaat houden.
In the mean while , Ondertnjfchen , middelerwyl.
Means, Middelen, een middel.

That was the onely means to compafs it, Dae

was V eenig/ie middel om het te verkrygen.
He was the means of our delivery, Hywas^t

middel onzer verlojfinge.
By my means •, Door myn toedoen.
He will hear of it by fome means or other, Hy
zal V op de eene of de andere luyze komen te
hooren.
By no means , Geenfms.
By all means, Voor alle dingcn. ,
Don 't tell him of it by any means , Zcg hem.
voor al niets daarvan.
odrHe has gotten great means, /^ heeft groote mid~

' delen gewonnen.
ito MEAN, Meenen.

What doth he mean by that? Wat mcent hy daar

mede ?
Wliat fhould this mean ? Wat zou de meening

hiervan z.yn ?
What do you mean to do ? Wat mcent gy te
docn ?
the MEANER fort of people, het Gemecne jlach

van volk.
the Meaneft , de Gcringjlc , Jlechtfle.
MEANLY, Op een gcringe ivyze ., flechtjes.

MEANING, Meening., meenen de.

I would fain know his meaning, Ik zou gaern

zyne meening weeten.
What may be the meaning of this ? M'at mag de



hiervan zyn ?

Hy quam met een
qnaad opzet.
a Well meaning man , een Wel-meenend man.
MEANNESS, Geringheyd, Jlcckheyd.
1 MEANT, Ik meende.

Nu 2 This



484



ME A. MEG.



This is meant by it, Dit wordt'er mee gemeend;
dit is'er de mcemng van. ■
MEA.RL, een Mserle , [^ekere vogd.
MEASELS, zie Meazels.
MEASURABLE, Mcetbaar , meetelyL
MEASURE, Maat.

Beyond mealure, Buyten maate , boven maate.
Out of meafure, Uyt der maate.
- In fome meafure, Eev'iger maate.

In a great meafure , In grooten maate , voor een

groot gedeelte.
GoQdimc?S\xxe:., Goede maat.
To take the meafure for a fuit of cloths , De
maat van een pak kleeren neemer. ; De maat van



Online LibraryWilliam SewelA large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek → online text (page 47 of 187)