William Sewel.

A large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek online

. (page 69 of 187)
Online LibraryWilliam SewelA large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek → online text (page 69 of 187)
Font size
QR-code for this ebook


1 a ROW-BARGE, een Groote roeifchuyt., jagt.
1 to ROW, Roeijen.

! To row with the ftream, Voor ftroom af roeijen.
Rowed, Geroeid.
Rower, een Roeijer.

Rowing, Roeijing ^ geroeij , roeijende.

KOWEL, een Spoorradertje ., het Starretje aaii een

fpoor om 't paerd mee te (teeken.
ROWL, zreRoU, enz.
to ROWSE, Opvjekken, zie Roufe.

ROY.
ROYAL, Konlnglyk.

The Royal Exchange , de Koninglyke Betirs :
Dus wierdt de Beurs der Kooplieden te Lon-
dcn allereerlt genoemd door Koningin Eliza-
beth , omdat zy 't oordeelde een Koninglyk
gebouw te zyn.
The Royal Society, de Koninglyke Maatfchappy .,
zynde ecn zeker gezelfchap van geleerde man-
nen , die 't bun werk maaken om allc gehey-
meniffen der natuure te doorgronden.
The Royal afTcnt , De Koninglyke toeflemming ,
welke tot alle plakkaaten vereyfcht wordt om
die krachtig te maaken.
Royalift, een Konings-gezinde , een die V met den

Koning of zvne party hondt.
Royally, Koninglyk., op ecn koninglyke wyze.
Royalty, de Konin^lykhevd ., het Koninglyk recht.

ROZ.
ROZEN, «/VRofin.

RUB.
RUB, een Beletfel, hinderpaal ., -—fchuuring.
, to RUB, IVryven, vryven, boenen.
* To rub his hands with fiiow , Zyne handez

met



RUB. RUD. RUE. RUF.

met fneeuvj ivryvem
To rub a horic, Een paerd wryven.
To rub oft' the dirt of his cloths, Dejlik van zy-

ne klecderen afvryveUy {oi afkladden.)
To rub in pieces , Aan Jiukken vryve» , verbry-

ZeleM.
To rub up his memory , Zyae geheugenis o^fcher-
pen ^ zich erinneren,
RUBARB, Khaharber.
RUBBED, Gewreeven ^ gehoend.
Rubber, eenVryver^ boender^ vryflap.
Rubbers at bowls , Dubbelde vjirifl van H fpel in de
klosbiian.

Rubbing, Vryvlng^ vryvende.

a Rubbing brufh , een Vryfboender ^ kladdertje.
RUBBISH, Id j I. 1 .



RUF. RUG. RUI. RUL. RUM. 409

to RUFFLE, Frommelen^ krenkelen^ verkreuken.
Ruffled , Gekreukeld^ gefrommeld.
Ruffling, f^erkreukeling ^ frommeling^ kreuh'-

lende.



eenig



RUBBLE,' f

RUBRICK, Een tsteL fpreuk^ of naam ^ in

boek , dte met Roode inkt gefchreeven of gedrukt is ^
gelyk in de oude Wetboeken, en nog heden in
de Almanakken
(jJ'Tegenwoordig wordt de Almanak der Heyli-
gen , en de rcgelen wegens het onderhoudcn
van Feeftdagen en Cerenionien , door de En-
gelfche Gcelkiykheyd Kubrick genoemd.
RUBY, een K'jbyn^ zeker edel gclleeute.
RUCTATION, Oprtfpmg.

RUD.
RUDDER, ^-?^ iSoer ^van een fchip.) de helm.
RUDDLE, Rood-aard.

To mark with ruddle , met roodaard merken.
Ruddy, Roodachtig^ bloozend.
Ruddinefs, Bloozendheyd.

RUDE, Ruuvj •, groof^ onbehouwen ^ plomp, onbe-
fchaafd.
a Rude fellow , een Rumve gajl , ongefchikte

vlegel.
The rude multitude, de Ruuixie hoop ^ het woefle
graanvj.
Rudely, Ruuwlyk ^ ongefchikelyk.
Rudenefs, Ruuvjheyd^ onbehouvjenheyd ^pUmpheyd.
RUDIMENTS , de Eerjle beginfelen , de eerjie



RUE.

RUE , IVynruyt.

to RUE, Beklaagen, betreuren^ rouvjig zyn.
He mud needs rue it as long as he lives , V Zal
hem noodzaakelyk moeten beroitvjen zo lang ah
hy lecft.
Ruefull, Beklaagelyk^ jammerlyk^ deerlyk.
Ruefully , Op een deerlykc zvyze.

RUF.
RUFF, eenKraag^ lob ^ eenverouderdehalsdragt,

alsmede^ zckere kleyne vifch.

RUFFIAN , een Boef, fielt , hocrenwaard , Rof-

fiaan.
RUFFLE, een Handlob.

To wear ruffles , Handlobhen draagen.



05* a Ruffling train , een Zwierige (loet.
RUFULL,%/V Ruefull.

RUG.

RUG , een Ruyge deken.

RUGGED, Ruvg^fchor^ oneffen^ ruuvj.

a Rugged fkin, ^f» ^7^;^ w/T
^^^%%<^^\y , Op eenru\ge vjyze.
Ruggednefs, Rayghiyd, oneffcnheyd.

RUL
RUIN, Bederf^ verderf^ verval, ondergang^ ver-
nieling^ vervjoefling ^ neerftorting.
To bring one to ruin , lemandten bederve brengen.
To be threatened with utter ruin, Met de uyterfte

vervjoefling gedreygd vjorden.
To contrive one's ruin , lemands ondergang be-

fteeken.
The power of the one was the other's ruin, De

magt des eenen vjas des anderens ondergang.
The Ruins of a building, de Pnynhoopen van een
gebonu^ de botivjval.
to RUIN , Bederven , vernielen , vervjoeften ^ te
gronde werpen , in de grand helpen.
To ruin a family, Een hnysgezin bederven^ (of

in de grand helpen.)
To ruin a country , Een land verwoejlen.
Ruined , Ruin'd , Bedurven , verwoeji , te gronds

geworpen.
Ruining, Bederving, vervjoejling, ■ 1 n bederven -

de., enz.
Ruinous, Bouvjvalli'sr,

RUL.

RULE, een Regel ., lyn ., voorfchrift ., regeeri'/ig.
To learn a Language by rules, Een Taal door

regelen leeren.
He has the chief rule of the city , Hy heeft de
voornaamfie regeering der ft ad.
to RULE, Regeeren , heftier en ^ lynen.

He doth not rule his family well, Hyregeertzyn

huysgezin niet wel.
We ought to rule our paflions , Wy behaorden
onze hartstagten te bedwingen , (oF in toom te
honden.')
o5'To rule his paper with a ruler, Zyn papier met

een Umaal lynen.-
Ruled, Geregeerd., heftierd., gclynd.

Be ruled by him , Laat u van hem regeeren.

Ruler, een Regeerder ., beftierder ., '• Liniaal.

The Rulers of the town, de Regeerders der ft ad.

Ruling, Regeering., regeerende,

RUM.
RUM, Zekere drank op Barbados gebruykelyk, zyn - '

de flcrker ats Brandewyn.
RUMB, een Punt vanH kompas.
£0 RUMBLE, Rommekn.

F f f a Rum-



of



J JO RUM. RUN.

a Rumbling noiTe, een Rommelachtig geraas.
The Rumbling ofthe belly, Het gerommeldesbuyks
toRUMlNATE, Herkaauwen.

Ruminating, Herkaativj'wg ^ herkaauivende.

to RUMMAGE goods, Goederen verdraagen

vjegftnuwen.
05= Rummage the hold, (een fcheeps woord) 5/aazy

het hot vol
RUMOUR, Gerucht^ geraas, getier.
RUMP, de Stnyf^an een vugel.
05°The Rump-Parlcment , Dus wordt uyt verach-
tin-^ bet overfchut van dat Parlement genoemd
het 'zvelk Konirig Karel den Eerften afzette.
RUMPLE, een Kreuk^ vouw.
to RUMPLE, Kreukelen . frommelen.
Ruaipled , Gekreukeldy gefrommeld.

My band was rump'cd, Myn befwas verkreukeld.
RUN.
RUN, een Loop.

To take a run , Eenen loop neemen.
the RUN of a fliip, de Streek oi het zog van een

fchip.
to RUN, Loopen.

To run poft, Te pofl loopen.
oJ'His fpeech did run very well, Zyne reede vloei-

de zeer wel.
US' He laughs till his eyes run, Hy lacht dat zyne
ongen tra.inen (of overloopen.')
To run about, Omloopen^ omzwerven.
To run after , Naahopen,
To run away , IVegloopen , verloopen.
To run down, Neerloopen^ neervloeijen.

To run out, Uyt loopen^ vercjuijlen.

To run out in length , f^erre uytloopen.
b5*To run at one, lemand aanranden-

To run his head againft the wall , Met zyn hoofd
tegen de muur loopen.
8^ To run the hafard of his life, P erykel van zyn

leeven loopen.
B^To run one through with a fword, lemandmet
eenen degen door [loot en ^ {pi doorrygen.")
My wages run dill , Myn loon gaat evenvuel zy-
nen gang.
K^To run a hare, Een haas jaagen.

To run the gantlop. Door de fphsroeden loopen.
Thofe verfes do not run fmooth^ Die vaerzen
loopen met glad. \ \

C£5"To run a fhip aground, E^nfcH^ in de grand
zeylen.
To run in debt, In fchuld verva,
05" To run mad, Uytzinnig zy.

It makes him run mad , Het mafikt hem zinneloos
To runup, Oploopen.
To run up and down , Gins en we^r loopen.
C^ To. run. one down , hmand onder de voetbopen
C£^ To run up a wall , Een muur met der hahfi op-

haalen.
' g^To run at tilt, Met de lans rennen.



RUN. RUP. RUR. RUS. RUT.

RUNULET, een Klevn vaatje, ankertje.
RUNG, {van to Ring,) Geluyd.

Hath the bell rung? Heeft de klok geluydl
RUNN, Geloopen.

his race is almoft runn , Hy heeft zynen loop hyna
vobragt; zyn loop is fchier voleyndigd.

RUNNAGATE, een Omzwerver., ' als ook

een Renegaad.
a RUN- A WAY, een U^eglooper.

RUNNER, een Looper ., ■!\%\XitdA de hovenfle

r/ieulen-fieen.

Running, Geloop., loopende.

Running water, Loopend water.
a Running fore, een Loopend zeer.
{\) His fhoes are made of running leather, Hy kan
niet een oogenblikjliljlaan; het fchynt dat hyal-
tyd loopen moet.
RUNT, een kleyne Os, osje.
(Xf" An old Runt, een Oude bes.

RUP.
RUPTURE, ee}7 Scheuring ^ breuk.

lam afraid it \\^1 come to a rupture, Ik vreei
dat het tot eene fcheuring zal uytbarften.
tS" He has a rupture, Hy heeft een breuk.

RUR.
RURAL , Dat tot het land of veld behoort.

Rural divertifements , Vermaakelykhedendes velds.
a Rural Deanry , een Onder deekenfchap.
a Rural Dean, een Dorp-Deeken^ iynde een die
onder eenen Aartsdiaken , en t'zynen dienlle
ftaat , tot fpoediger verrichtinge van een zaak-
RUS.
RUSH, eenBies^ bieze.

I do not value it a rufh, Ik acht het niet eenzier.
to RUSH in, Invallen, injiuyven , met een vaeri
inloopen , inrennen.
To rufli out, Uytloopen^ uytfluyven.
They prefently rufhed out of doors, Zy Jloove»

terftond ter deurc uyt.
He will rufh through any danger, Hy zal door ah
lerlev gevaar heen rexnen.
RUSSET, Ros, bruyn.
RUSSIA-LEATHER, Jucht-leer.

R U ST , Koeji , alsmede Garjligheyd.

To gather rufl; , Roefiig worden , beroejien^
RUSTICAL, Boerfch^ OKgefchikt.
Ruflically, Boersachtig., ongefchiktelyk.
Ruftication , Wooning buyten op V land.
Rufiicitv, Boersheyd. ongefchiktheyd,
RUSTiNESS, Roejligheyd.
to RUSTLE, Klateren^ rammelcn.

The ruflHng of his armour, V Gekletter van zyn
■vj:ipenti{\?.

RUSTY, Roefiig^ garftig.

a Ruily fword, een Roefiig zwaerd..
Ruily h^con, Gar/lig fpek.
RUT.
) RUT , een IVagenfpoor , flag , -——de togtigheyd'

VdK.-



RUT. RY. SAB. SAC.

vaK harten of vuilde -verkeMs.
to RUT , to go to Rut , Togtig worden , hitfig

wofden^ gelyk harten en wilde zwynen.
RUTHFULL, Deerlyk, ^/> Ruefull,

RUTTIER, ee-a Reysboek, een oud Reyzer. '

the RUTTING time, de T'yd dat de harten tog-



SAD. SAR SAG. SAL
SAD,



4lt



to



tig Z\M.

RUT1



TTLE, Keutelen.
RY.
RYE, Rogge.
Rye-bread\ Roggenhrood.

SAB.



SAB^hTU, de Rujidag, Sabbat.
Sabbatarians, Sabbatiften ^ zekere Sekte die den
Joodfchen Sabbath viert.
SABLE, Donker-brnyn ^ zwart.
SABLE, (fubrt.) een Sabel , een Turkfche hou-

wer, alsmede^ xeker Dier met koftelyk bont.

Furred with fables. Met fabels gevoerd.
SAC.
SACERDOTAL, Priejierlyk.
SACHEL, een School-zak^ zie Satchel.
SACK, Sek^ een foort van fterke wyn.
a SACK, een Zak.

a Sack of wool , een Party luol van 26 Steen ,
iynde yder (teen gerekend op 14 pond en.
a Sack-full , een Zak vol.
Sack-cloth, Zak-duek.
SACK-BUT, een Schuyf-trompet.
to SACK , Plonderen.
Sacked, Geplonderd.
Sacker, een Plonderaar.

Sacking, Plondering^ plonderende.

SACRAMENT, het Sakrament.

To receive the Sacrament , het Nachtmaal ont-
van^en.
Sacramentarians , SakramentariJJ'en. Dus worden

de Onroomfchen van de Roomfchen genoemd.
SACRED, Geheyligt^ heelheylig^ onfchendelyk,
Sacrednefs, Heytigheyd^ geheyligdheyd ^ onfchende-

lykheyd. .

The facrednefs of an oath, de Onfchendelykheyd
van eenen eed.
ShCKWlC^^ eenOferande.

They made him a facrifice to their wrath, Zy
offer den hem aan hunne gramfchap op,
to SACRIFICE^ Offeren, opofferen.
Sacrificed, Geofferd^ opgeofferd.
Sacrificer, een Offeraar.
Sacrificial , Tot offeranden behoorende.

Sacrificing, Offering, offer ende.

S A CRILEGE, 'Kerkroof, kcrk-dievery, kerkfchendery.
Sacrilegious, Kerkroovcrfch ^ kerkjchendig ^ heylloos.
Sacrilegiously, Op een kerkrooverfche tvyze . heyl-

looslyk.
Sacrifty , de Sakrifiy,



SAD, Droevig, treurig^ jammerlyk, lompig.
Sad news , Droevige tyding.
Sad ot look , Donker van i^ezigt.
a Sad colour, een Dof.kere koleur.
This_ is fad v/ork , Dit is leelyk vjerk.
crt'He is a fad fellow, 't Is een lompc kaerel^ oUen

oyideiiPende vent. ' 1

SAV>\^Ui, eenZadel.

a Pack-Saddle, een Pak-zadd
Saddle-tree, het Horn dcs zadels, de Zadelboom,
a Saddle-cloth , een Zadel-kleed.
Saddle-back'd , Hoi oi breed van ruz
to SADDLE, Zadelen. ^

Saddled, Gezadeld.
SADNESS , Droevigheyd, elendigheyd^ donkerheyd.

SAF.
SAFE, Veylig, verzekerd.
Safe-conduft , Pry-geleyde.
Safe pledge , Borg voor iemands verfchyning.
Safe and found, Ongefchonden , onbefchaad'igd.
Safeguard, Bejl hutting, bcfcherming.
Ci:j=a Womans Safeguard , een Vrouvjen boezd of

boezelaar.
Safely, Feyliglyk.
Safety, Veyllgheyd.
SAFFLOWER, Saffiocrs.
SAFFRON, Saffraan,
Baftard Saffron, Floers , wild fa ffr aan.
SAG.
SAGACIOUS, Vernuftig^ fchrander , kloekzinnig>
Sagacity , Vemuftigheyd ^ fchranderheyd^ klc-skzin^

nigheyd.
SAGE, Salie.
SAGE, (adj.) IVyr.
Sagely, Wyslyk.
Sagcnefs, IFysheyd.
-t) toSAGINATE, Mcfien.
SAGITTARIUS or Sagittary , de Schutter. een

der XII. Hemels-tekenen.
Sagittiferous , Pylvoerende.
SAI.
SAID {van to Say) Gezegd, gezeyd.
ISAp^Ikzeyde.

It is faid, Daar wordt geze?d.
S AIL , een Zeyl.

the Main- fail , het Groot zeyl.

the Mizen-fail , deBezaan, 'tzeyl van de achter-

fte mait
the Top-fail , het Mars-zeyl, het tweede zeyl In

de hoogte.
the Topgallant- fail , het Brarn-zeyl , het derde

zeyl in de hoogte.
the Fore Hu'l, het Fokke-zeyl , defok, het zeyl van
de voorllc malt.

the Sprit-fail , het Blind, \ zeyl van het boe8:»

fpriet. .^

To hoife up fail, V Zeyl oj^hyffen ^ {of byzetten.)

F f f 2 To



411



- SAL SAK. SAL.



To fet fail , t'Zeylgaan.

To bear fail , Zeyl vueren.

To be under fail , Onder zeyl zyn.

To ftrike fail, '/ Zeyl ftryken.

To furle the fail , V Zeyl garden^ dat is aan de

rae tzai/nenbinden.
To muzzle the fail, Het zeyl opgyeft.
Sailcloath , Zeyldoek.
the Sail-yard, de Rae, hetfpriet.
to SAIL, Zeylen.

* tie can fail with every wind , Hy maalt met aJle

VJtnden.

To fail with wind and tide, Voor wind enjlroom

zeylen.

Sailed, Gezeyld.

■Jailer, een Zeyler.

a Good failer, een Goed zeyler ^ een vjel bezeyld
[chip.
Sailors, Matroozen.

Sailing, Zeyllm^ zeylende.

SAINT, een Heylig.
The Saints, de Heyl'tgen.

Saint Anthonie's fire, de Reos^ 2eker verhitting
in 't bloed die bloozing en zwelling veroor-
zaakt.
Sainted , T'ot een Heylig gemaakt.
Saintlliip , V HeyligfchcW.

SAK.
SAKE, Willcy «/j For God's Sake, OmGodswille.
For his lake, Om zynent wllle.
For brevity's fake, Om kortheyds vjille.
KfHe is my names fake, Hy is myn gen ant ^ hy is
myn naamgenoot.

SAKER , Zekere Roof-vogel ^ als ook zeker

foort van gruf gefchut.

SAL.
SALABLE, Verhopelyk ^ verkoophaar.
SALACIOUS, Geyl^, kricl.
Salacity, Gevlheyd^ krielheyd.
SALAD, Salaade , Jlaa.

Lettice-falad , Krop-JIaa.
SALAMANDER, een Salmander.
SALARY, U'^edde^ loon^ huurloon^ hezolding.
SALE, Verkooping^ veyling.

Po^rt-fale.^' j ^^^ ^P^^^b'^^ "^^rhoping.

To expbfe to fale , Te hop zetten , in veyling
brengen.

Settofafe, Te koop gezet ^ aangejlaagen.
0^ By whole fale, In ""t gros.

He fells onely by whole file, Hy verkoopt maar
alleen in '# gros.
C^To fet his tong to file, Voor geld luftig kakelen.
SALIANT^ Sprtngend^ (een woord by Wapcn-

fchildsrr gebruykelyk.)
SALIQUE law, De wet volgens vjslke geenvrouvj

mag regeeren, of land erven.
$Q SALIVATE, Q^iykn,



SAL.

Salivation , Quyling.

SALLET, Salaade.

Sallet-oyl , Slaa-oli.

SALLOW, Zaluvj^ Zaluvjachtig^ bleek ^

a SALLOW-tree, Een foort van Wilgeboom.

SALLY, eenUytval.

To make a fiily, Eenen uytval doen.
to SALLY forth , "^ Uytvalkn , eenen uytval

To Sally out, _; • doen.
Sally'd, Uytgev alien.
SALMON, Zalm.
SALT, Z./.?.

a Grain of fait, een Korrel zouts.

Bay-fak, Bruyn zout.

Trencher-falt, Tafelzout.
Salt-fifh, Zoute-vifch.
Salt-meat, Zonte kofi ^ zout vleefch.
Salt-feller, een Zout-vat.
Salt-maker, een Zout-maaker.
Salt-march , een Zout-kuyl
Salt-pit, een Zout-pHt.
a Salt-pond, een Zout-pan.
Salt-petre, Salpeter.
aSALT-bitch, x/VSauIt.
to SALT, Zout en.

^A^^^Fn^S^^' %'V».^, huppeling.
oJWuViLV)., Gezouten.
Salter, een Zontkooper.

Salting, ZoHting^ zoutende.

a Salting-tub, een Zout-kuvp.

Saltifli, Zoutachtig, zilt, Irak.

Saltlefs, Ongezouten^ laf

Saltnefs , Zoutheyd.^ zoutigheyd.

SALTURE, een Spron/^f

SALVAGE-MONY, Berg-geld, herghon , het

welk, volgens deburgerlyke wet, eenfchip, dat
c IT^f^^Al^^''^ vy anden gered heeft , toekomt.
SALVATION, Zahgheyd, behoudenis!

The eternal falvation of mankind , de Eeuwinr
bchoudems (of zaligheyd) des menfchelyken g-e-
Jiachts. ^

Bringing falvation , Zaligmaakend , heylzaam
heylbrengend. '

The grace of God which brings falvation, De
Zaligmaakende genade Gods.

i^Y^M^^^^' ^^zondheyd., heylzaamheyd..
SALVE, Zalf.

Eyefalve, Oogen-zalf.
to SALVE, Bergen, lehouden, redden.

To falve the goods of aftip, De goederen van

ecnjchip bergen.
To falve the 'matter, De zaak redden.^ o^ oplof-

fen ^ zvel daar af komen.
This filveth all ,, Dit kan het altes goed maaken-,
dit redt het al. '

Salved ,G^^W, gcbergd, o^ geburgen. behouden^
opgchff.

SALVER, eenBerger^ reddexL



SAL. SAM. SAN.

C^ Salver , een Schenkhord dat men op tafel gebruykt

om het tafel-klced niet te beftorten.
Salving, Berg'ing ^ hehond'mg ^ redding^ oplojfmgy

reddende.

SALVO, Heels huyds^ ofibefchadigd, fchaadeloos ,

als ook een Uytvlugt.

He came off with a falvo , Hy quam Vr fchaade-
loos af.

To find a falvo foreveryobjedion, eenUytvlugf
op alle tegenwerpingen vinden.
SALUTARY , Heylzaam.
SALUTATION, Groetems^ groeting.
Salute, een Groet ^ eer-Jcheut.

To give a falute , Groeten ^ 'een eer-fcheut
geeven.
to SALUTE , Groeten.
Saluted, Gegroet.
Saluter, een Groeter.
Saluting, Groeting^ • ■ groetende.
Salutiferous, Heylzaam.

SAM.
the SAME, Dezelfde.

He is the fame man ftill , Hy is nog dezelfde man.

1 am of the fame mind, Ik ben van 't zelfde ver-
ftand.

The very fame day , De zelfjle dag.
SAMPLAR, een Patrooa van borduurfel ; of het

Gaasdoek ivaarop men leert letters merken.
SAMPLE, eenStaal, monfler.

SAN.
S ANx\TIVE , Geneezende.
SANCTIFICAllON, Heyligmaaking.
to SANCTIFY, Heyligen^ heyl'tg maaken.
Sanditied, Geheyligd.
Sandifier, een Heyitgmaaker.
Sanctifying, Heyligmaaking ^ heyliging^ ' ^0'%"

maakende.

SANCTION, Inftellin^^ beduyt, inzetting.
SANCTUARY , een Heyligdom , fchnylplaats ,
i!r\e toevlugt , vr\-ftad.

SAND, ZW.

Fine fand, Fyn zand.
a Sand-pit , een Zand-put.
a Sand-box^ een Zand-doosje.
Sand-b!ind, Stik-ziende.
The Sands, de Zanden., duynen.

Shelves of finds, Zand-banken^ zandplaaten .

Quick fands , Zanden in zee , droogten.
SANDALS, Zoolen zonder overleer ., in plaats van

fchoenen, gclyk fommige Monniken draagen.
SANDERS, ^«W./Z>./.?.

Red finders, Rood Sandelhout.
S A NDE V E R , Zeker fyn zout ":an glas.
SANDY, Zandig., — ' 'S^^Vd^.^troodoi roodhaairig.

a Sandv pi^ , een Rojfe bi^.
SANGUIFICATION, Bkedmaaking.



SAN. SAP. SAR. SAT.



4'3



SANGLANT, Bloedig^ bebhcd.

SANGUINE, Bloedryk. bkedrood.
SANGUINARY, \ r, ,. ,

SANGUINOLENT, / ^loedig, vjreed.
SANHEDRIM , de Hooge Raad der Jooden , be-
Jlaande uyt de Hoogepriejlers en LXX Ouder-
lingen.
SAniCluE.Sanikel.

Great Sanicle , Leeuvjen voet , onzer vrouvjen
mantel., zeker kruyd.
SANOES , Sanen, 2eker Ooilindifche lynwaateii.
SANITY, Gezondheyd.
SANIOUS, Etterachtig.

SAP.
SAP, Sap ^ vocht.
Sap-green, Sapgroen., 2,ekere verv^^
to SAP, Ondergraaven.
SAPHIRE, een S after . ze-ker edel gelteente.
SAPID, Smaakelyk.
SAPIENCE, Wysheyd.
SAPPINESS , Sappigheyd.
Saplefs, Sappeloos.
Sappy, S^ppig.

SAR.
SxARABAND , een Sarabande ., zekere Spaanfche

dans.
theSARAZINS, de Sarazynen.
SARCASM, Een zeer bitfe befchimping.
Sarcaftical , Zeer bits.
SARCENET, Taf
SARCLING time, de Tyd van wieden.
SARDONYX, eenSardonix ^ 7.eker edel gelleente.
S ARSE , een Haaire zeef., zie Scarce &c.
to SARVE a rope, Een kabel bewinden of bevjoelen.

SAT.
SATAN, de Satan.
Satanical, Satans.

SATCHEL, een Schoolzakje ^ met banden als een
Reyszak.

He carries his books to fchool in a fatchel, Hy ■
draagt zyne boeken na fchool in een reyszak,
I SATE, \_van to Sit,] Ik zat.

We fate up all night , fVy zat en den ganfchen
nacht op.
SATED, Zat .^ verzaad.
SARCOTICK , Fleefch maakend , vjeelig vleefch

veroorzaakende .
SATELLITE, eenTravuant.^ hellebaardier.
to SATIATE, f^erzadigen ., voldoen.

To fatiate his lull, Zyn lujl boeten ^ {of voldoen.)
Satiated, I'erzadigd ., voldaan.

Satiating , Vcrzadiging , verzadigende.

SatietV, Zatheyd^ verzadigheyd.
SATIN, Satyn.

Figured or flowred fatfn, Geblomd Satyn.
SATIS P' ACTION , Foldoening , genoegdoening ^
vcrzadiging. •

He did "it with good fatisfadion , Hy deed het
F f f 3 imi



414



SAT. SAV. SAU. SAV.



met een goed gemegen. _ tt c

He did not give me any fatisfaaion , Hy gaf my
Zanfch geen voldoemng.
oJ-He made fatisfaaion for it, Hy heeft het weer

vergoed.
SATISFACTORY, VoUoende.

a Satisfadory anfwcr, een Voldoend aMwoord.
to SATISFY, Foldoen^ vergemegen ^ verzad'tgen.
Satisfied, Voldaan ^ vergemegd, -verzadigd.

Satisfying, Voidoemng ^ mldoende ^ vergenoe-

gende.
SATURATED, Verzadigd.
SATURDAY, Zaterdag.
SATURITY, l^erzadigdheyd, zatheyd.
SATYR , een Bofch-god , Satir , als OOK een

Schhripdicht , fteekdtcht , berifpdicht, hekeljchnft.
Satyrical, Steekelig^ verwytend^ fchimpig^ fcherp.
SatyrkaWy , Op eefi fieeke/fge wyze.
SATYRION or Standle-wort , Kullekemkruyd ,

ftayidelkruvd.
SATYR 1ST, een Schimpdicht-fchryver ^ hekelaar.
to SATYRIZE, Schimpiglyk hekelen.

SAV.
SAVAGE, Woeji ^ wtld^ wreed^ ruuw.
The Savages , de Mllden.
Savagely, IVoeftelyk ^ op een barbarifche zvyzc
Sava^enefs, JVoeftheyd^ ivildheyd^ vjreedhcyd.

"" SAU.

SAUCE, Doop.fatis.

To dip in tlie fauce, In de faus doopcn,
a Buttcr-fauce, een Butter-doop.
Sauce-pan, een Doop-pannetje.
Sauced, Gefaufd.

This meat is wel fauced, Deeze lojl is vjel ge
faufd.
Saucer, een Voopfchutteltje, fauciertje , lokje,
SAUCIDGE, een Worft, fancy s.

a Colonia faucidge, een Bolonfe worji, Saucy s de
Bolonje, * _

■Saucily, Stoutelyk^ baldaadiglyk.
SAUCING, Inlegging in faus ^ begieting met doop.
Sx\UCY, Stout ^ onbefchaamd^ baldaadig.
a Saucy fellow, een Stoute vent.
SAV.
SAVE, Behalven^ uytgenomen^ uytgefonderd^nyt-
gezeyd.
C^oiidemned by all five by one voice, Door alien

veroordeeld op eenc ftem na-
I fpoke to no body fave onely to him , Ik heh Vr

tegen niemand , bchalven hem , van gefprooken.
The lalT; fave one, De laatjle op een na.
toSAVE, Behouden^ zaligmaaken^ bewaaren ^red-
den , befparen , bezuynigen.
To fave one's life, lemands keven redden (of be-

houden.
To fave his foul , Zyne ziele behouden.
ScfSave me a piece of that meat, Bewaar my een
Jltikje van dat vleefch.



SAV. SAW. SAX. SAY.

OC^" To fave charges, Kojlen befpaarex.

I'll fave him that labour, Ik zalhem die moeits

befpaaren.
To f-xvc his mony , Zyn geld befpaaren (of bezuy"
nigen.)
a Save-all, een Kaerspypje^ profytje ^ zuynigje.
Saved, Behouden ^ zalig gemaakt j bewaard, gered,

befpaard.
* A peny faved is a peny got , een Stnyver befpaard

is eenjiuyver geuionnen.
SAVIN, Zevenboom.
SAVING, Behouding^ zaligmaaking ^ bewaaring ,

redding^ befpaaring ^ behoudende ^ Zaligmaa-

kende ^ zuynig^ fpaarzaam.
a Saving faith, een Zaligmaakend geloof.
CCt'a Saving man, een Zuynig man.
Savingly, Spaarzaamlyk^ zuyniglyk.
Savingnefs , Zuynigheyd^ fpaarzaamheyd.
SAVIOUR, een Behouder^ Zaligmaaker.
SAULT, Hitfig, ritfig, heet.
a SauU-bitch, een Ritfige teef^ heete teef.



S A VOG U SSIES , Savogesjcns , 2eker Ooftindifche

lynwaaten.
SAVOUR, Smaak.,geur^retik.

An ill favour, een Quaade Incht ^ quaade fmaak.
to SxAVOUR, Smaaken , rnyken ^ Inchten.

This meat favours well , 'Deeze hfi fmaakt vjel^
{of heeft een goede geur.")

Savouring, Smaaking.^ fmaakende ^ ruykende,

Savourly, Met fmaak.
Savoury, Smaakelvk., genrig.
SAVOURY, (fuba.) Keule, zeker kruyd.
SAVOYS, Savoy-koolen.\
SAUSAGE, Worfl, faufys. "

SAW.
I SAW, [_van to See,] Ik zag.

We faw them , //' y zagen hen.

I Saw him thorow the chink of the door, Ikzag
hem door de reet van de deur.
SAW, een Zaag.

a Hand-faw , een Hand-zaag.
Saw-duft, Zaagfel^ zaaglis.
to SAW, Zaagen.

^ To faw wood or ftone, Hout offleen zaagen.

' To faw afunder , Midden door zaagen.
Sawed, Geziaagd.
Sawer ,



Sawyer
Saw in



een z^aagcr.



g, ^aagmg., zaagende.

SAX.

SAXIFRAGE, Steenbreek, bevernelle, bever^aard^
zeker kruyd.

SAY.
SAY, Saai^, 2ekef wolle ftof.
to SAY, Zeggen.

What will thepeoplefay? Watzal''tvolkzeggen'\



Do not fay fo , Zcg zo niet.

That is to fay , Dat is te zeggen .^ tevjeeten.



Say



SAY. SCA.

Say on, 2eg voort^ gaa voort.

To fay his lelFon, Zyne les opzeggen.

To fay his prayers , Zyn gebed opzeggen.
r^ To fay grace, Bidden of danken over tafel.

To fay Mafs , de Mis doen.

a SAY, een Staaltje ^ proefje , monfter.
SAYING , het Zeggen , gezeg , een fpreuk ,

— — z eggende .

It is a common faying, Het is een gemeen zeggen.

As the faying is , Gelyk V zeggen is.
SCA.

SCAB, Schurft, een roof.

SCABBARD, deScheede van eenzwaerdo? deegen.
a Scabbard- maker, een Scbeede-maaker.
SCABBED , \ Schurft, fihnrfdig , ruydig , roo-
SCABBY, / -vig.
* One fcabbed flieep infers a whole flock, Een



Online LibraryWilliam SewelA large dictionary English and Dutch, in two parts : wherein each language is set forth in its proper form ; the various significations of the words being exactly noted, and abundance of choice phrases and proverbs intermixt. : To which is added a grammar, for both languages. ... = Groot woordenboek → online text (page 69 of 187)